Marcel Duchamp, 'Fountain', 1917. Foto: Alfred Stieglitz.

Marcel Duchamp, ‘Fountain’, 1917. Foto: Alfred Stieglitz.

Moderne kunst? Het was bepaald geen ‘love at first sight’, eerder een ‘acquired taste’. Maar hoe moeizaam het begin ook was, ik kan niet meer zonder.

Toen ik begon met de studie kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, lag mijn interesse bij de Italiaanse Renaissance: mooi, knap gemaakt en lekker overzichtelijk. Maar het allereerste vak dat ik kreeg was Moderne en Hedendaagse kunst. Vréselijk vond ik het. Ik kon er helemaal niks mee, niet met de abstractie, niet met de rare materialen, niet met de readymades. Ik moest nota bene een uitgebreide presentatie geven over Marcel Duchamp, je weet wel, die van het gesigneerde urinoir.

Langzaam maar zeker moest ik echter toch mijn mening gaan bijstellen. Hoe meer ik leerde, las, nadacht, sprak, discussieerde en filosofeerde over de innovatieve kunstenaars en hun beweegredenen, de reacties van het publiek en de vaak bijzondere materialen -en hoe meer ik hun werk ook in het echt bewonderde in musea en binnen- en buitenland, hoe meer geboeid ik raakte door die ‘rare’ moderne kunst. Zó geboeid zelfs, dat ik mij erin specialiseerde en een bachelor en master Moderne en Hedendaagse kunst behaalde. Nog steeds begrijp ik niet alles, en uiteraard heb ik zo mijn voorkeuren, maar dat maakt de moderne kunst levend en boeiend.

Die ervaring vormde mijn persoonlijk doel. Ik ben ervan overtuigd dat kunst voor iedereen te waarderen, begrijpen en ervaren is. Niet iedereen heeft daar de figuurlijke handvatten voor. Daar komt kunsteducatie om de hoek kijken: door samen te kijken en het gesprek aan te gaan, door te spelen, onderzoeken en genieten, komt het kunstwerk stukje voor stukje tot leven!